kutmedicatie

“What have I done, and why? I must have forgotten my medicine. I’ve got a condition. It’s bad to forget your medicine when you’ve got a condition.”

-Marv, Sin City

Het is vreselijk om afhankelijk van iets te moeten zijn. Ik heb heel mijn leven geprobeerd om onafhankelijk te zijn van zowel mensen als dingen.  Het is niet moeilijk om onafhankelijk te zijn van mensen; je moet gewoon zorgen dat ze je nooit goed genoeg leren kennen, ze altijd op gepaste afstand houden. Trust no one.

Van dingen onafhankelijk zijn is moeilijker. Iedereen heeft geld nodig. Vroeg of laat moeten we allemaal werken om aan geld te komen om te kunnen leven. Ik ben geen anarchist. Ik heb dit feit altijd geaccepteerd, maar ik ben min of meer toch onafhankelijk van geld. Ik wilde met zo min mogelijk moeite en opleiding geld gaan verdienen, en dat is gelukt. Het is geen vetpot, maar ik kan doen en laten wat ik wil.

Helaas zijn er in de afgelopen jaren toch dingen gekomen waarvan ik afhankelijk geworden ben. In de zin van; als ik het niet voor handen heb, kan ik niet functioneren. Zonder mijn medicatie ben ik nergens. Ik had aan het begin schijt aan medicatiegebruik. Ik ging er slordig mee om. Soms was ik te lui om een herhaalrecept aan te vragen en slikte dan gewoon het middel 3 weken lang niet. Maar na verloop van tijd begon ik toch verslaafd te raken aan antidepressants. Als je ze dan 3 weken niet neemt word je zwak, prikkelbaar, labiel en zelfs suïcidaal. Dus ja, ik ben heel erg afhankelijk geworden van medicijnen, gewoon om normaal te kunnen leven.

 

kutmedicatie

Het is een jaar geleden sinds ik voor het laatst ingelogd heb hier. Ik log op dit moment weer in omdat ik het nodig heb om van me af te schrijven. Ik ben geen prater, zeker niet tegen bekenden. Ik heb altijd het gevoel dat het too much is. Iedereen heeft zijn eigen problemen, daar wil ik niet ook nog eens aan bijdragen. Het afgelopen jaar is zwaar geweest. Ik heb in ongeveer alles gefaald. Mijn opleiding niet gehaald, ongeveer al mijn vriendschappen laten verwateren, een verslaving aan drugs en alcohol en het inlaten met de verkeerde mensen, I’m right back at it. Op dit moment zit ik op het randje van wanhopig. ik weet het gewoon allemaal niet meer. Mensen die zeggen dat depressie in de winter het ergst zijn weten niet waar ze het over hebben. Hoe warmer het wordt, hoe meer ik me realiseer dat ik niks met mijn leven heb gedaan en er niks mee aan het doen ben. Iedereen om me heen slaagt voor hun opleiding of boekt een mooie vakantie. Ik kan niet eens mijn bed uit komen om een douche te nemen.

Altijd op zoek..

Een vraag die ik mezelf altijd stel maar waar ik zelf nooit antwoord op weet, is de vraag: “Waarom ben ik altijd op zoek naar pijn”?

Hoe bizar het ook mag klinken, ik betrap mezelf er altijd op dat ik de verkeerde keuzes maak, en als er iets goed loopt in mijn leven, ik dit maar moeilijk kan aanvaarden.

Laten we beginnen over relaties. Ik kies altijd voor de foute mannen. Altijd. De ene begeeft zich op het criminele pad, de ander is een ongelofelijke narcist, en weer een andere is gewoon een agressieve klootzak die met zijn poten niet van me af kan blijven. Vaak kies ik ervoor om met bepaalde mannen om te gaan terwijl ik van tevoren al weet dat het niks gaat worden. Alles wijst daarop. Deze mannen willen me alleen om mijn uiterlijk, om sex, en interesseren zich verder totaal niet in of voor mij. Toch wil ik dit maar al te graag. Ik blijf achter ze aanlopen, en probeer ze op elke mogelijke manier te pleasen en het hun zo makkelijk mogelijk te maken. Het maakt me verschrikkelijk eenzaam, onzeker en onrustig, maar toch wil ik het. Het keer op keer teleurgesteld worden. Ik heb 1 keer een korte relatie gehad met een man die lief en zachtaardig was, die mij het belangrijkste ding op de wereld vond en alles voor me deed. Maar dit gaf mij niet de satisfaction waarnaar ik opzoek was. Waarom ik liever voor klootzakken ga? I don’t even know.

Mijn levensstijl. Ik drink veel. Erg veel. Ik durf te zeggen dat elke week wel 3x dronken ben, en dan ook echt dronken. Op de dagen hierna voel ik me zwaar depressief, ziek, het maakt me lelijk en lichtgeraakt en om over de kater nog maar niet te beginnen. Toch blijf ik het doen.

Ook eten boeit me niks. Ik eet bijna nooit met plezier, ik eet omdat het moet, vrijwel elke dag hetzelfde. Ik leef op tosti’s en kant-en-klare soep. Ik haat sporten. Ik sport nooit, soms kom ik dagenlang niet eens mijn kamer af. Is dit een bevordelijke manier om beter te worden? Nee. Zit een gezonde geest in een gezond lijf? Ja. Waarom doe ik er dan niks aan? I don’t even know.

Vriendschappen. Soms wil ik wel mensen om me heen hebben, om toch de cirkel van het alleen zijn te doorbreken. Maar vaak ook niet. Dan irriteer ik me aan alleen al de ademhaling van iemand in mijn omgeving. Ik heb zo vaak gehad dat ik even geen zin had in een vriendin, en me dan heel bitchy en gemeen gedroeg om haar weg te jagen. Het is veel makkelijker om zoiets te doen dan er op een volwassen manier er over te praten, maar het werkt niet. Je jaagt alleen mensen ermee weg, en op bepaald moment komen ze niet meer terug, omdat je te ver bent gegaan. Toch blijf ik het doen. Waarom? I don’t even know.

Ik zit hier nu alleen op mijn kamer, iedereen is naar huis, vanwege de Paasdagen. Ik voel me eenzaam, maar ik wil niet naar mijn ouders gaan.

Daarom denk ik nu na over pijn opzoeken. Dat is wat ik doe. Soms lijkt het alsof ik wil dat het zo slecht mogelijk met me gaat. Maar hoe moet ik ooit beter worden, als ik die die dingen niet eens wil veranderen?

Altijd op zoek..

Films

Ik ben overgevoelig. Ik kan om de allerstomste redenen ’s nachts wakker liggen omdat ik er zo mee zit. Zelfs met muziek en films heb ik dit. Al zolang als ik me kan herinneren maakten bepaalde films zeer hevige indruk op me, en kon ik er heel erg emotioneel door worden. Ik bedoel geen klassieke tranen-trek films, zoals Titanic, the Notebook etc. Om dit soort films hoef ik zelfs nooit een traan te laten. Het zijn een ander type films die me altijd zullen bijblijven. Ik zal ze ook nooit kijken voor entertainment, of voor een zaterdagavond te vullen, omdat ze me eigenlijk met een naar gevoel achterlaten.

https://41.media.tumblr.com/d4c648ebae219099d7118624335a2019/tumblr_nfaokqxjBR1r7a23yo1_1280.jpg

Ik heb een heel vroege herinnering aan een Disney filmpje, over Winnie the Pooh, een filmpje wat ik aan het kijken was, en waar mijn moeder me later in tranen aantrof in de ‘tv-kamer’. In dit filmpje vond Konijn, een karakter uit Winnie the Pooh, een ziek vogeltje in het bos. Konijn nam het vogeltje mee naar huis waar hij het goed verzorgde, zodat het beter werd. Het vogeltje was eerst volledig afhankelijk van Konijn. Echter, toen het vogeltje beter begon te worden, werd hij ook vriendjes met Pooh-bear, Knorretje en alle andere dieren uit het bos. Konijn’s reactie hierop was dat hij bot en koud begon te doen tegen het vogeltje, wellicht uit jaloezie. Toen het vogeltje hulp voor iets vroeg aan Konijn, vertelde Konijn het vogeltje dat hij het zelf maar moest oplossen. Het vogeltje ging hierdoor in zijn eentje in een hoekje zitten huilen.
Ik weet niet waarom dit Disney filmpje zoveel indruk op me gemaakt heeft destijds. Maar ik kan het me nog steeds erg goed (misschien te goed) herinneren.
De films van Darren Aronofsky hebben ook diepe indruk gemaakt op me. Ik heb niet al zijn films gezien, maar de films die ik gezien heb, blijven me heel erg bij.
Te beginnen met Black Swan; ik zag deze film in de bioscoop, toen hij uitkwam. Niet de waanbeelden of hallucinaties van de hoofdpersoon brachten me zo van mijn stuk, maar haar eenzaamheid. Shots waar ze in haar eentje huilend voor de spiegel zat braken mijn hart. Of scenes waarbij ze met haar zielige, hoge, fragiele stemmetje probeert op te komen voor zichzelf.
Dit thema van eenzaamheid komt ook weer terug in een andere film van Aronofsky, Requiem for a Dream. Voor mij was dit niet een film over drugsgebruik alleen, maar ook over mensen die alleen waren. Vooral het karakter dat Ellen Burstyn vertolkt; een bejaarde weduwe die af wil vallen en de hele dag tv kijkt, gaf me een naar gevoel. Misschien omdat deze vrouw een afspiegeling is van menig bejaarde mens? Oud en verlaten, de hele dag voor de buis hangen, hopen op iets moois.
Thirteen (uit 2003) is een film die ik ooit samen met een groep vriendinnetjes keek, omdat zij het een ‘coole’ film vonden. Duidelijk kickten zij op het feit dat deze film gaat over jonge meisjes die samen drugs, sex en alcohol misbruiken. Ook hier zag ik niet de echte shock in. De echte shock zag ik, zelfs op de jonge leeftijd die ik toen had, in de gebroken familie van het hoofdpersonage. Een familie die langs elkaar heen leeft, die eigenlijk vreemdelingen voor elkaar zijn en waarbij ieder individu ook eigenlijk alleen was.

De laatste film in dit rijtje is Pan’s Labyrinth, wat ik als enige film uit dit rijtje zou aanraden aan iedereen om te kijken. Het is een fantasy-film met vlagen realiteit. Ik vond deze film heel erg aangrijpend. Een jong meisje in de oorlogstijd wordt weggetrokken uit haar comfortabele leven, moet met haar hoogzwangere moeder die vrijwel geen oog voor haar heeft mee verhuizen naar haar verschrikkelijke stiefvader, en verliest daar haar moeder. Als vlucht van haar dagelijks leven bedenkt het meisje een hele fantasiewereld voor zichzelf.

Eigenlijk staat er één thema echt centraal in deze films, en dat is eenzaamheid. Alle personen uit deze films zijn verlaten, fysiek of psychologisch. Ik weet niet waarom deze films mij zo aantrekken, maar om de een of andere reden kies ik toch altijd de juiste uit.

Films

Mijn ouders

Ik heb weer even zo’n moment waarbij ik alles van me af moet schrijven. Ik voelde me vandaag down, en op de een of andere manier kunnen mijn ouders ervoor zorgen dat ik me nog meer down voel.
De band met mijn vader is nooit sterk geweest. Hij is altijd een persoon geweest die gewoon in mijn leven aanwezig was, maar nooit input had. Mijn vader is erg dominant. Hij is de heerser des huizes, hij verdient kost en inwoning en hij zal dit altijd laten blijken aan iedereen. Hij staat niet open voor meningen van anderen, want zijn mening is altijd de juiste.
Mijn vader toonde nooit echt interesse in mij, ik sprak nooit 1 op 1 met hem, en als ik al met hem sprak ging het om zakelijke dingen zoals zakgeld. Toen ik jonger was vond ik het allemaal wel prima zo, want ik had mijn moeder. Maar toen ik ouder werd, begon ik me steeds meer beklemd te voelen. Mijn vader was dan wel psychologisch afwezig in mijn leven, fysiek was hij er wel, met zijn dominante houding. Toen ik op de leeftijd kwam dat ik meer dingen wilde doen, zoals laat thuiskomen, meer zakgeld, uitgaan etc. stak hij hier steeds een stokje voor. Het antwoord was altijd “nee”. Ik denk dat deze “nee”’s voortkwamen uit het feit dat ik ook vrij dominant was, en hij wilde laten zien wie er de baas was.  Als hij dingen voor me deed, kwam dat doordat mijn moeder op hem in had gepraat. Toen het slecht met mij begon te gaan, was hij er ook niet voor me. Hij noemde mijn ziekte letterlijk ‘aanstelleritus’ en hij vond dat ik in de slachtofferrol kroop. Deze instelling dreef mij nog veel verder van hem weg, en ongeveer elke week ontstonden er ruzies bij ons thuis. Ik kon het niet aan, ik verloor altijd van hem. Een paar keer heb ik openhartig geprobeerd met hem een gesprek te voeren, om hem te vertellen hoe ik me voelde en wat me dwarszat, en wat ik vervelend vond aan hem. Tijdens dit gesprek, en dit zal me altijd bijblijven, keek hij me aan met een uitdagende glimlach op zijn gezicht, en met alles wat ik zei, dreef hij de spot.
Toen ik oud genoeg was om uit huis te gaan, deed ik dat meteen. Op dit moment is mijn vader een vreemdeling voor mij, en ik voor hem. We zien elkaar 1 tot 2 keer per maand, als ik thuiskom, en we hebben dan oppervlakkige, emotieloze gesprekken.

Mijn moeder is het tegenovergestelde van mijn vader. Mijn moeder is erg bezorgd, en wil het liefste alles van mij weten. Ook kan ze me niet loslaten, nog steeds niet. Ik vind mijn moeder erg lief, maar ze zit erg onder de plak bij mijn vader. Ze zal nooit zelf iets beslissen zonder dat mijn vader instemming geeft. Hoe erg ze haar best ook doet… echt begrijpen doet ze me niet. Ik heb vaker proberen aan haar proberen te vertellen hoe ik me precies voelde. Vaak kreeg ik dan reacties als ‘het zal toch wel meevallen’, ‘je moet jezelf gewoon oppakken’, en ‘je neemt het allemaal te zwaar op’. Het is allemaal goed bedoelt, maar het tegengestelde van wat ik wil horen. Soms wil je gewoon een schouder om op uit te huilen, en geen zogenaamd bemoedigende woorden.
Vreemd genoeg voelde ik me eenzamer toen ik bij mijn ouders, zus en broertje woonde, dan nu. Het toont maar weer aan dat je je prima alleen kunt voelen in een groep mensen. Ik zie mijn moeder regelmatig, en dat is voldoende voor mij. Ik zie mijn vader niet vaak, en dat is wel voldoende voor mij. Soms mis ik mijn zus en broertje wel, zij wonen nog bij mijn ouders. Ik hoop dat zij zich wel geaccepteerd voelen bij mijn ouders, maar ik weet het niet zeker. Zeker om mijn broertje maak ik me vaak zorgen, omdat hij stil en teruggetrokken is. Ik hoop dat het goed met hem gaat komen.

Mijn ouders

Diary of an insane person.

Ik ben A.

Een jonge vrouw, 20-something, ik woon in Nederland, en ik ben student aan een Universiteit. Ik studeer psychologie. Ironisch. Dat is de mening van enkelingen in mijn omgeving.

Normaal gezien weerhoud ik mijzelf van het internet. Ik heb alleen facebook om contacten te onderhouden, en hotmail om te communiceren. Ik heb geen twitter, geen instagram, geen accounts op forums, geen youtube account, geen etc. De reden dat ik deze wordpress blog start, is persoonlijk; het gaat mijn dagboek worden; althans, ik ga een dagboek proberen bij te houden. Waarom online? Omdat ik denk dat sommige mensen zich misschien in mij herkennen. Omdat ik denk dat niemand mental illnesses alleen moet aanvechten. Ik hoop dat ik misschien hulp kan vinden hier, of hulp kan bieden.

Ik zal eerst meer over mezelf vertellen.

Niemand is ‘normaal’. Iedereen is gek op zijn eigen manier. De een heeft zeer eigenaardige hobby’s, en de ander heeft vreemde fetish. Wanneer wordt een (door een ander misschien vreemd geziene) eigenschap een mentale ziekte of stoornis? Het antwoord is; als je er zelf niet meer mee kunt leven. Dat wil zeggen, je kunt niet meer op een goede manier functioneren in je dagelijks bestaan.

Ik haat stickers plakken, ik haat ‘zware’ spraak, maar ik heb ook een ‘mentally illness’. Ik voel me al sinds mijn vroege jeugd als een vreemdeling.

Ik ben veel gepest op de basisschool. Om 8 lange jaren kort te maken; het was verschrikkelijk, maar ik heb me er door heen kunnen slaan. Toen ik naar de brugklas ging, was ik erg excited. Zouden hier wel leuke mensen zijn die mij begrepen? Helaas was dit niet zo. In de brugklas ging het gewoon door, en het werd zelfs erger. Misschien zag ik er uit als een slachtoffer, of gedraagde ik me zo. Al vanaf het begin was ik de enige die gepest werd, samen met een andere jongen. Ik sloot een vriendschap met hem.

Rond deze tijd begonnen mijn ‘problemen’, al zag ik ze toen niet zo. Ik had enorme slaapangst. Irreële angst. Ik was letterlijk bang om dood te gaan in mijn slaap, en als ik in het donker in mijn bed lag, zag ik dingen om me heen. ‘Monsters’, zo zou een klein kind het omschrijven. Ik noem deze angst irreëel omdat ik toch geen klein kind meer was in die tijd. De -monster onder mijn bed- fase zou eigenlijk voorbij moeten zijn, maar dat was het echter niet. Het ging zelfs zo ver dat ik ademhalingsproblemen kreeg, erge insomnia, angst in het donker en ik begon tegen avonden op te zien. Ik heb 2 jaar lang bij iemand op de kamer geslapen, omdat dat mij een veiliger gevoel gaf. Meestal bij mijn broertje, een enkele keer zelfs bij mijn ouders. Omdat ik me hier best wel voor schaamde, heb ik dit nooit met iemand besproken buiten mijn ouders.

Ook begon ik met automutilatie. Ik weet nog steeds niet precies waarom ik hiermee ben begonnen. Het maakte me wel rustig in mijn hoofd, want er heerste enorme chaos. Niemand wist hiervan, en ik heb het altijd goed weten te verbergen.

Toen ik van de brugklas naar de tweede klas ging, stopte het pesten gelukkig. Ik werd namelijk in een andere klas geplaatst, en was hier heel blij mee. Ik maakte zelfs enkele vrienden in deze klas. Ondanks dat mijn leven leuker leek, voelde ik me diep van binnen toch triest. Ik voelde mij eenzaam en niet begrepen. Ook bleven mijn slaapproblemen. Ik heb deze gevoelens nooit met iemand gedeeld. De komende 3 jaar zou ik altijd met deze gevoelens rond blijven lopen, maar er niks mee doen. Ik was bang voor doktoren, en als ik dit met mijn ouders besprak wist ik al wat hun oplossing zou zijn. Mijn slaapangsten gingen weg, maar mijn slapeloosheid bleef.

In de 5e klas van de middelbare school, toen ik 16 jaar oud was, werd ik smoorverliefd op een jongen. Ik maakte mezelf helemaal afhankelijk van hem en stelde me een toekomst met hem voor. Toen de liefde niet wederzijds bleek te zijn stortte mijn wereld in. Vanaf deze tijd begonnen dingen echt bergafwaarts te gaan. Mijn eindexamen naderde en ik wist, bijna als enige van mijn jaargroep, nog totaal niet wat voor vervolgopleiding ik wilde gaan doen, omdat ik er totaal niet mee bezig was. Ik zat enorm in de knoop met mezelf. Ik automutileerde elke dag en begon mijn sociale contacten te verliezen, omdat ik niemand vertrouwde, en de mensen om mij heen erg paranoïde behandelde. Ik dacht dat iedereen het op mij voorzien had. Ook had ik last van enorme moodswings. Elke dag werd ik huilend wakker, was ik in de middagen na school woedend op alles en iedereen, en beëindigde ik de dag weer met een huilbui. Mijn ouders begonnen in te zien dat dit niet langer kon, en stuurden mij naar een psycholoog. Na een paar gesprekken bleek zij mij niet te kunnen helpen, en werd ik doorverwezen naar een psychiater. De psychiater schreef mij medicatie voor; antidepressiva.

Toen ik deze medicatie begon te slikken voelde ik me beter, maar wel vlak. Het haalt de scherpe randjes van dingen af. Je bent nooit echt verdrietig, maar ook nooit echt blij. Ook begon ik vreemde dromen te hebben.

De overstap naar de universiteit deed me wel goed. Ik leerde veel nieuwe mensen kennen, had veel meer tijd voor mezelf en de sfeer voelde positiever aan voor mij. Ook begon ik langzaamaan de jongen te vergeten (mijn liefdesverdriet heeft letterlijk een jaar geduurd). Ook ging ik op mezelf wonen. Dit had ook een keerzijde. Omdat niemand mij meer controleerde, had ik het gevoel dat ik alles kon doen wat ik wilde. Ik misbruikte alcohol en drugs en seks, omdat dit de enige manieren waren voor mij om een beetje happiness te voelen. Tentamens haalde ik met veel pijn en moeite, omdat ik ook hier weer, met mijn hoofd ergens anders zat.

Met meer geluk dan wijsheid heb ik mijn eerste jaar gehaald. Het tweede jaar ben ik rustiger in gegaan, en ik besloot dat ik wilde stoppen met mijn medicatie. Dit was een grote stap, de eerste paar weken waren heel zwaar, maar het is me uiteindelijk toch nog gelukt.

En dit is waar ik nu ben. ‘Clean’, maar niet genezen. Ik twijfel of ik ooit volledig zal ‘genezen’. Ik zie wel nog wekelijks een psycholoog. Ik ben instabiel, mijn leven is op dit moment regelmatig, maar ik ben bang dat als die regelmaat weg gaat, mijn wereld weer instort.

Op deze blog ga ik mijn dagboek bijhouden, mijn struggles en overwinningen, hoogte en dieptepunten.

– A.

Diary of an insane person.